Toch nabij


In het donker
is de stilte van licht een symfonie

in de tranen weerklinken
gesprekken en zinnen
van glimlach en ernst

In de vonken
speelt de vlam met zijn hemel
spreekt hij een ogenblik – zichzelf

parels bewaren wij

tijden van samen
veranderen van vorm
van kaarsvet worden zij
licht

toch nabij,

 

 

Gaan wij

Bij een intrigerend mooie foto van de Goudse Jaap van den Berg (“één meter Ameland”)

hij sprak mij
in de sporen van wind en getijde
hij liet mij zijn hartafdruk
achter in levenslijnen van zand

en ik ontmoette

verte en nabijheid
het onbereikbaar en onmisbaar
en mijn sporen -zielsafdruk
liet ik aan water en wind

waar de kust mij kostbaar was

laat mij jouw welvingen strelen
tintel fluisterend op mijn huid
woel door mijn haren
proeven wij zout

zonder te gaan zijn wij onvindbaar
zonder – vloed en verhalen
ongekust,

 

Wij drijven

Het eerste deel van het ineen verstrengelde gedicht dat ik voordroeg op de Rederij de Vrijheid op Dichters op Donderdag. Thema van de avond was “Op drift” ….

Ankerloos – wij drijven
blozend op het levend blauw
en ons dromen en verlangen
is al vele mijlen verder
dan het plits plats ritmisch plonzen
van de spanen in ons hand
.
Oeverloos – wij drijven
tussen lijnen ongezien
enkel onze ogen nog de spiegels
waarin tijd en ruimte traag vervaagt
tot het wiegen van de vrijheid
van gedeelde huid
.
Eindeloos – wij drijven
op genade van het strelend blauw
windstil – onze riemen
wachten – ooggetuigen
van ons samengaan
.
Reddeloos – wij drijven
in elkaar gewonnen en verloren
.
de seizoenen
tegemoet,

,

,

 

Statie -14-

,

(in het graf gelegd)

,

Een ijzig snerpende wind schaaft

langs mijn huid – het afscheid

herhaalt oneindig malen

,

over het lijden heen

woorden zijn zo dun

de magnolia klaar met bloeien

,

Troost kijkt verder dan steen

dichterbij kan je niet komen

dan diep in mij

,

jouw warmte jouw stem

gemis en nabijheid

herhalen oneindige malen,

,

,

,

,

 

,

,

,

 

Statie -13-

,

(van het kruis gehaald
en in de armen van zijn moeder, een pièta)

,

Doof

voor mijn troosten

onbereikbaar nabij

kind -die mij

het leven hoorde

en tussen de regels

woorden vond

.

Leeg ben ik

moeder van mens

en meer. Van

gedoofde kracht en

dood vol leven

.

van herinnering

.

Kan hij mij

de morgen baren?

zo

ontzagwekkend ver,

,

,

,