Die parel

Die mens die niet zocht
maar toch vond –
verleden liefde geleden schade
vergeten tranen – geworden parel
te koesteren – te dragen
de mens die niet zocht
maar pijnlijk toch zijn rijkdom vond

Verkoop wat je hebt en omarm
de oester, waarin vreugde en verdriet
tot dageraad glanst
Sta in het licht dat naar jou vraagt –
jouw onschatbare waarde
Welzalig de mens die niet zocht
maar zichzelf vond – een parel,

Mismoeting -1

Poëzie als kleding
meerlagig gekleed
spreken de woorden –
vertonen ze zich
aan ieder

Die ziet het vers
zich uitkleden -tot
waar zij zich laten raken
tot regenjas, blouse
of hemd

Vanavond stond ze
in haar naaktheid
recht voor haar gemis-
ze zocht jouw ogen
jouw oren

Ze kreeg applaus
voor mooie kleren
ze blooste – ze
mismoette – jou
die ten diepste

het stromen is,

Als

Als de ruimte duister
enkel het ruisen
in mijn kop- dan mis ik
dan mis ik -dan
is het gat zo immens kapot
mijn stem lost op in stromen
water sijpelt in mijn longen

hoe kan de tijd zo wreed
zo gruwelijk in de war
als de ruimte duister
niemand luistert – dan het water
dat zich om mij sluit

Als men morgen mij weer vindt
in leegte verdronken
en ik onhoorbaar wakker wordt
wanneer mag ik weer dromen?

Komma

Omdat ik verzot ben op de komma. Die draagt pauze in zich, vervolg, het is nog niet afgelopen. En klinkt als kom maar…. je mag.
En omdat ik van het werk van de Goudse Pim Leefsma hou en van Zeeland….. D’r bestaat in onze familie een dichtbundeltje van mij die Komma heet… met een houten komma (of een oor, hoe je het wil zien) van de Zeeuwse Omer Giellet op de voorkant.

Misschien kunnen we meer met komma’s leven voor elkaar…..

De sluiswachter

Ik droom ogen
die als een herfst
over mijn zomer liggen
Ik proef whiskey
die woorden etst
diep van binnen

Goden verhuizen-
laten stormen achter
brokstukken zonlicht
die ik opraap

Ik droom woorden –
hoorde te weinig stem
Ik droom door de dagen
de sluiswachter -die mij kent-

laat mij gaan,

Beide

Silentium silicium
doorzichtige stilte
tussen twee werelden
zij zwijgt mij aan

Hier binnen de vorm
en buiten de veren
In al: verbinding en vlucht
ik zwijg haar aan

De sprakeloosheid
van het glas – mijn hart
omvat tijdloosheid –
mijn hart omarmt
beide

wij zwijgen aan elkaar,