Voor de herfst

Voor de herfst was jij –
voor de zomer zoekend zonlicht
Voor de lente gevonden liefde –
voor de winter pijn

Jaargetijden kleuren huid en haar
jaarringen sieren
de stilte van binnen
kinderogen – de armen gespreid,

Zelfpoëtret

Dicht een diepte
met kleuren op de wangen.
Rijm een oever
aan zoute stromen.
Wenkbrauwen riet
dat wuift op adem.
Verzin een glimlach
onder uitgebloeid hei

Denk een meerpaal –
een rij stenen onderaan de dijk.
Aan het eiland één vleugel –
de andere

dat ben jij,

Symfonie van zien

Gestapelde stenen
van vergeten en vergeven –
Ik herinner mij
hoe zij het stromen verschoven.
Water zoekt de makkelijkste weg
anders dan dromen
dat als zand tussen de vingers
voor tijd speelt.

In dit licht
ben ik een beetje nacht –
in dit duister ben ik een dovend
vonkje – dat tot rust verstilt.
Gevonden in zachte ogen
die mij genadig zien.
Meer dan nacht stroomt zij
opgaand licht – een symfonie,

In de trein -1

Wil jij mij zien?
sprak alles aan haar zijn –
Ik ben glimlach onder glazuur
Ik ben kleur achter eyeliner en brush
Ik ben liefde achter lust
En ze liep gezien ongezien
de nacht in uit de trein

Ik met lege handen las
Gelezen ongelezen poëzie,

Even rust

Voor jou die hier
jouw oog laat rusten:
Ik dans mijn woorden
op de glans van jouw iris
zinnezacht stromen ze
onder jouw netvlies –
verbinden ze een moment

Ze dwalen met jouw dwalen
verdwalen in verleden
aarzelen opkomst ondergang
Ik wroet mijn letters
uit de grond van samen
waar ze even alleen
jou omarmen

Om de nacht dóór te hopen –
weer te geloven
verder te gaan
Geruste woorden –
geruste ogen
om op te vliegen
uit wuivend graan,

Was ik een dichter

Voor jou wil ik mooi zijn
bloembladen aan mijn zinnen
bloesem aan mijn komma’s

Voor jou wil ik kleur zijn
passiepaars klaproos
leliewit dunne zwarte regels

metrum als kleuren potloodstreken
Voor jou wil ik binnen-
en buitenrijmen, zinnenspel

Op en tussen de lijnen
parels geweven – was ik een dichter
dan wist ik het wel,

Vanuit de sloot

Eigenlijk is het een sprookje –
van er was eens en het was er
en ik deed wat – zij sprak wat
o wonder, het paste!

Het kon en het kon niet –
de grens overschreden
Voor altijd enkel een heden
En zij leefden, zij leefden

Nog achter de komma
Achter de waan – zo kon het
kon je leren
Kleine magie van bestaan

Eigenlijk zochten onze ogen
al zo lang naar elkaar
en nu hebben ze elkaar gevonden
in deze letters die je leest

Het woordje past naadloos
om je voet – om je hart
Ooit – herken je de dichter
als die kikker die prins was

maar het nooit is geweest,

Zo dichtbij

(für Sie)

Zij lijkt zo dichtbij.
Haar kunst droomt in mijn ziel.
Ik kan bijna
haar handen raken -zij
schept de tijd voorbij.

Ik kan bijna vliegen –
samen luchtledig
en liefde
houdt me vast
laat me los. Zij

lijkt zo dichtbij.
Haar stem fluistert
Kom maar –
hier zijn veren –
blijf,