Toch nabij


In het donker
is de stilte van licht een symfonie

in de tranen weerklinken
gesprekken en zinnen
van glimlach en ernst

In de vonken
speelt de vlam met zijn hemel
spreekt hij een ogenblik – zichzelf

parels bewaren wij

tijden van samen
veranderen van vorm
van kaarsvet worden zij
licht

toch nabij,

 

 

Statie -14-

,

(in het graf gelegd)

,

Een ijzig snerpende wind schaaft

langs mijn huid – het afscheid

herhaalt oneindig malen

,

over het lijden heen

woorden zijn zo dun

de magnolia klaar met bloeien

,

Troost kijkt verder dan steen

dichterbij kan je niet komen

dan diep in mij

,

jouw warmte jouw stem

gemis en nabijheid

herhalen oneindige malen,

,

,

,

,

 

,

,

,