Leuke dingen

Leuke dingen. De poëzie sijpelt door de kieren.
Hieronder een klein gedichtje van mij (qua thema de rode draad van de laatste tijd voor mij) verscheen in het Tijdschrift voor Speltherapie….

En komende zaterdag mag ik weer een gedicht inbrengen in het radioprogramma “Wie kent Gouda” 10.00 ’s ochtends Gouwestad Radio bij Roelie Seinen met een zelf gekozen mooi muziekje weer daarna 

~~~ jullie oren zijn welkom! ~~~

j

 

Konijn en Egel

Een drie- of meerluik, uit één perspectief….
(“killing me softly with his song”)
~~~~~~~~~~~~~~~~

1.
Ik geef jou een woord, zei Konijn, en jij maakt een zin, oké? Leuk, zei Egel en hoorde het woord. Hij maakte een zin en Konijn lachte. Nu jij, zei die. En Egel sprak een heel diep woord. Konijn werd even stil en voelde aan het woord. Het was mooi, voelde rond. Het glom een beetje.
En Konijn bedacht een mooie zin, die ook een beetje glinsterde. Egel genoot. Nu, zei Egel, geven we elkaar een zin en maakt de ander daarmee een verhaal. Oké, zei Konijn, zal ik beginnen? Na een knik van Egel bedacht Konijn een kettinkje van zilveren woorden en sprak hem zachtjes uit. Hij voelde een kriebel in zijn maag. Zijn kettinkje van woorden, waren een zin uit zijn eigen hart. Dat voelde bijzonder, juist die zin lag nu in de oren van Egel.
Die was stil. Erg stil.
Luister, fluisterde Egel, dit maak ik ervan en hij begon heel zachtjes te vertellen. Konijn zweeg, een beetje gespannen. Egels verhaal was duidelijk Egels eigen verhaal, merkte Konijn. Bijzonder, want de zin was de zijne. Mooi, vond Konijn het, heel mooi. En ook een beetje triest. Het verhaal deed pijn. Tussen de regels van de zinnen waren ze beiden stil.
Toen het verhaal af was, zweeg Egel heel lang. Konijn ook. Hij durfde bijna niet te kijken. Beiden waren ze een beetje … tja, hoe noem je dat? Beiden waren ze een beetje bang. Wat nu? Een zin aan Konijn geven?  Een zin aan Egel vragen? Ze bleven beiden zwijgen.
Morgen weer, zei Konijn uiteindelijk. Morgen, zei Egel, maar niet verder, dit was wel genoeg van mij. Morgen iets anders. Konijn begreep dat, en wist dat hij dat verhaal nooit zou vergeten en vooral ook nooit zou vertellen. Het was goed zo, het was niet van hem.
Morgen een ander spel, dacht Konijn, of later.
Konijn en Egel
2.
In die nacht kon Konijn niet slapen. Hoe diep was het verhaal van Egel geweest, zo eerlijk, zo pijnlijk echt. zo zwaar zo licht. Egel werd voor hem zelf een beetje een juweel. Zoals dat mooie ronde woordje waarmee de dag begonnen was. Of Egel sliep, dat wist Konijn niet. Hopelijk wel, misschien had hij spijt? Nee, vast niet. Of toch?
Hier ben ik weer, zei Konijn de volgende dag en hij vertelde wat hij gedacht had, over dat juweel. Egel krulde een beetje op. Ik heb nog meer mooie zinnen voor je, Egel, zei Konijn, hij vergat dat ze misschien iets anders zouden doen. En Egel krulde nog iets verder. Hoeft niet, mompelde Egel, morgen misschien, of niet.
Konijn wist het even niet. Niet woordspelen vandaag? En hij zweeg, terwijl in zijn hoofd de woorden over elkaar buitelden – kopje over deden, tikkertje, verstoppertje. Verstoppertje, dat vooral. Ook in die nacht.
De dag was nog vers, toen Konijn Egel zag, of eigenlijk, níet meer zag. Egel was een kleine bol geworden, hij lag gewoon te liggen. Konijn moest even slikken, geen hoofdje dat hem groette, geen glimlach. Enkel alleen een zwijgend bolletje zachte stekels. Konijn duwde heel voorzichtig even en nog een keer met zijn neus tegen het bolletje. Egel, waar ben je? Maar Egel lag stil. Het bolletje zachte stekels zweeg.
Diep van binnen, dacht Konijn Egel wel te begrijpen. Maar ergens anders binnenin voelde Konijn zeer. Het deed zeer, het maakte verdrietig. Het juweel was verstopt, zat binnen in. En hij had het weg verteld, verzonnen, verwoord…. Konijn ging maar weg, een beetje leeg.
Misschien beschermde Egel zichzelf, dacht Konijn de dagen daarna. En misschien ook wel mij.
Als Konijn zo nu en dan eens bij Egel door het raam keek zag hij ook het bolletje stekels niet meer. Een traan voelde hij of meer. Hij zuchtte diep. Zou Egel ooit nog wel eens naar hem glimlachen? Meer hoefde niet. Het zal goed zijn zo, het was niet van hem en is het nog steeds niet.
Morgen…. wat een rotspel, dacht Konijn, … of later.
En stil huppelde hij weg.

3.
Ooit. Even. Konijn zag een glimp van Egel. Een klein glimpje, maar het was hem goed. De zon scheen. “Glimp” lijkt op glimlach, dacht Konijn.
En hij glimlachte zelf. Wat was, dat was. Wat zal zijn, zal zijn.
Konijn zocht een nieuw woord,