Gaan wij

Bij een intrigerend mooie foto van de Goudse Jaap van den Berg (“één meter Ameland”)

hij sprak mij
in de sporen van wind en getijde
hij liet mij zijn hartafdruk
achter in levenslijnen van zand

en ik ontmoette

verte en nabijheid
het onbereikbaar en onmisbaar
en mijn sporen -zielsafdruk
liet ik aan water en wind

waar de kust mij kostbaar was

laat mij jouw welvingen strelen
tintel fluisterend op mijn huid
woel door mijn haren
proeven wij zout

zonder te gaan zijn wij onvindbaar
zonder – vloed en verhalen
ongekust,

 

Wij drijven

Het eerste deel van het ineen verstrengelde gedicht dat ik voordroeg op de Rederij de Vrijheid op Dichters op Donderdag. Thema van de avond was “Op drift” ….

Ankerloos – wij drijven
blozend op het levend blauw
en ons dromen en verlangen
is al vele mijlen verder
dan het plits plats ritmisch plonzen
van de spanen in ons hand
.
Oeverloos – wij drijven
tussen lijnen ongezien
enkel onze ogen nog de spiegels
waarin tijd en ruimte traag vervaagt
tot het wiegen van de vrijheid
van gedeelde huid
.
Eindeloos – wij drijven
op genade van het strelend blauw
windstil – onze riemen
wachten – ooggetuigen
van ons samengaan
.
Reddeloos – wij drijven
in elkaar gewonnen en verloren
.
de seizoenen
tegemoet,

,

,

 

Ameland en het slijtend geheugen

Een vers op een slijtende foto op mijn broodtrommel. En een roep tussen de regels…
,
,

hier zaten we

met de zee aan onze voeten

de meeuwen in ons hoofd

een crème-witte bladzij

in een verhaal zonder slot

,

Ik draag het mee

op mijn broodtrommel

van alledag en dauw

waar al die dagen schaven

als zout zand op hout

,

lunch-box van het traag

vergeten -het wier aan onze voeten

in versleten golven gemis

visdiefjes zoeken -onvoldaan

,

de kleuren verbleken

er bestaat geen herinnering

                  zonder een heden

dus kom,

we moesten maar weer gaan,

,

,

,

 

Zon in de zeilen

Bij gedichtendag. Vandaag “geschonken” aan mijn collega’s en bij deze … aan jou.

Op een werk van Arno Overdevest, dat bij ons in het trappenhuis hangt.

,

Met de zon in de zeilen

en het zout op je huid

met regenbogen kleuren

op donkerbruis blauw

,

Stormen waarin je rust

en uitzicht kan zijn

om de golven te trotseren

aan dek en in touw

,

Jij bent schip en haven

voortvarend, veilige boei

de wind draagt jouw zonlicht

naar het onzekere toe,

,

,

 

De voetafdruk draagt een naam

Ze kriebelen op je huid

minuscule vlokken wolken

die aarde kleuren als hemel

het overweldigend zwakke wit

dat roept om te gaan en

om toch te blijven

een blanco blad

wordt over ons gespreid

kleur wordt alle kleuren

bomen schaduwen zacht

en even lezen wij elkaar

een vers- waar

onze voetstappen schrijven
,

naamloos ligt de tijd

onze naam te dragen,

 

 

 

,

,

,

 

Het water

Een gedicht dat ik schreef voor een lang niet geziene vriend (en zijn vrouw).  Het water verbindt ons ook…

Het water

stroomt – en tintelt

langs mijn vingertop

wervelende golfjes

zij aan zij

lijnen van herinnering

en lossen op

 ,

Het water

leeft – en ik hervind

monding tot bron

van de dagen

die jij en wij

in liefde dragen

waar het ons begon

Het water

verwondt en verbindt

tijd aan tijd

oevers en dijken

hart aan hart

waar het blauw leeft

en toekomst zingt,

,

,