Toch nabij


In het donker
is de stilte van licht een symfonie

in de tranen weerklinken
gesprekken en zinnen
van glimlach en ernst

In de vonken
speelt de vlam met zijn hemel
spreekt hij een ogenblik – zichzelf

parels bewaren wij

tijden van samen
veranderen van vorm
van kaarsvet worden zij
licht

toch nabij,

 

 

Gaan wij

Bij een intrigerend mooie foto van de Goudse Jaap van den Berg (“één meter Ameland”)

hij sprak mij
in de sporen van wind en getijde
hij liet mij zijn hartafdruk
achter in levenslijnen van zand

en ik ontmoette

verte en nabijheid
het onbereikbaar en onmisbaar
en mijn sporen -zielsafdruk
liet ik aan water en wind

waar de kust mij kostbaar was

laat mij jouw welvingen strelen
tintel fluisterend op mijn huid
woel door mijn haren
proeven wij zout

zonder te gaan zijn wij onvindbaar
zonder – vloed en verhalen
ongekust,

 

Zicht op samen

Een plein in Gouda. Een bank van samenwerking.
Ontwerp: Mieke de Haan,  Vormgeving: Wolkenvanger
Realisatie: Vele handen,  Foto: Willem Schouten

Waar wij reizigers zijn

Steentjes zijn wij
puzzelstukjes dag en dauw
wil jij
het heelal met mij delen?
Samen uitzien naar schaduw en licht
van licht dat de jaren onthoudt
en takken dichtbij

De stenen van de stad
zijn gemaakt van adem en tijd
kom – rust met mij
even – zijn wij deel van schaduw
en delen ons licht en verhaal
de tijd verbindt
-vertakt zich in ons samen

en reist mee,

,

,

,

Statie -13-

,

(van het kruis gehaald
en in de armen van zijn moeder, een pièta)

,

Doof

voor mijn troosten

onbereikbaar nabij

kind -die mij

het leven hoorde

en tussen de regels

woorden vond

.

Leeg ben ik

moeder van mens

en meer. Van

gedoofde kracht en

dood vol leven

.

van herinnering

.

Kan hij mij

de morgen baren?

zo

ontzagwekkend ver,

,

,

,

 

Statie -12-

,

(de laatste adem)

,

hij sterft niet als eerste – en ook

niet als laatste

zelfs niet als de enige

die je herinneren zult

maar

wel als die ene – wiens laatste adem

de eeuwen doorstond

die hoop sprak en vrijheid

van sluimerende schuld

,

alle woorden -ook deze-

zijn te klein -zijn te groot

verdriet is een taal -onbegrepen

die opwekt en dooft

wat we dromen

,

tijd wordt haar wijzer ontnomen

,

sterven wij het leven in?

misschien is zijn laatste adem de eerste

van hoop,

,

,

,

 

Statie -11-


 
,

(Aan het hout geslagen)

,

Welke waarheid

wordt niet vastgespijkerd?

altijd weten – altijd wanen

de annexatie

op deuren – op papier

in regels en in vorm

klimop en mos beklimmen

de hoogste boom

,

Welke vrijheid

wordt niet ontnomen?

door fata morgana’s  van zeker weten

Het zeil zoekt de luchtstroom

over kleurrijke grenzen

-onvertelde verhalen verlangen

te worden bewoond

,

Welke liefde

wordt niet beklonken?

in wijn of edelmetaal

dwars door het handelen

dwars door het staan

Toevertrouwen

is vrijheid in verbinding

,

tot de prijs

van samen te gaan,

,

,

,