Uit het grijs

Bij werk van Anselm Kiefer ….
(een inleiding tot vrij zijn)

Ik loop door het grijs
blote voeten met eelt
de aarde dichtbij -mij
toch nog zo vreemd

de dromen dartelen
de cijfers drijven -op
dag en dauw en ik
verdrink traag

in haastige leegte-

als een eenvoudig ontmoeten
mij wekt -jouw glimlach-
en ik mijn wezen
in jouw diepte weer vind

langzame kleuren
ontvouwen in tijd
ontluiken ontvangen
terwijl licht ons verbindt,
,

,

,

,

 

Gaan wij

Bij een intrigerend mooie foto van de Goudse Jaap van den Berg (“één meter Ameland”)

hij sprak mij
in de sporen van wind en getijde
hij liet mij zijn hartafdruk
achter in levenslijnen van zand

en ik ontmoette

verte en nabijheid
het onbereikbaar en onmisbaar
en mijn sporen -zielsafdruk
liet ik aan water en wind

waar de kust mij kostbaar was

laat mij jouw welvingen strelen
tintel fluisterend op mijn huid
woel door mijn haren
proeven wij zout

zonder te gaan zijn wij onvindbaar
zonder – vloed en verhalen
ongekust,

 

Ameland en het slijtend geheugen

Een vers op een slijtende foto op mijn broodtrommel. En een roep tussen de regels…
,
,

hier zaten we

met de zee aan onze voeten

de meeuwen in ons hoofd

een crème-witte bladzij

in een verhaal zonder slot

,

Ik draag het mee

op mijn broodtrommel

van alledag en dauw

waar al die dagen schaven

als zout zand op hout

,

lunch-box van het traag

vergeten -het wier aan onze voeten

in versleten golven gemis

visdiefjes zoeken -onvoldaan

,

de kleuren verbleken

er bestaat geen herinnering

                  zonder een heden

dus kom,

we moesten maar weer gaan,

,

,

,

 

Heuvels als dagen

,

Op deze heuvels die dagen heten

zwoegt de aarde de zon te vangen

welvende kleuren echoën licht

.

Deze heuvels die dagen heten

verlangen handen om de morgen te planten

onstuitbare lente in elk ogenblik

.

wij zijn de adem van zon – en de handen

bloesem -de heuvels die dagen heten

dragen het land waar ons leven ligt,

,