Waarop mijn linnen klankkleur vindt
in de echoput van verlangens
is Uw stem een ademtocht langszij
het koloriet van eigen hand overweldigt
Uw fluisterende stem voorbij
,
Het waterverf van mijn dromen
(slaapliedje voor de meester’s hand)
overkwast de dragende streken
schrijft eigen namen in de rand
,
durf ik mezelf uit handen geven
te penselen in het groot geheel?
mijn balken klinkt en splinteren
als ik mijn god in woorden speel
,
als uiteen gespat in wens en waan
ik met beeld van god de bodem raak
de waterverf uitloopt en aarzelend als kind
door de stem met verve ontwaak
,
penseel en Schilder rest
en ik de tinten ben en strijk
gesigneerd word en bemind
.










