Feeds:
Berichten
Reacties

Opgewaardeerd van “VersGeschreven” naar de voorpagina. Een schilderij van Jan Mankes, “Woudsterweg bij Oranjewoud”. Met een sfeer die -tussen de Pinkstervlammen – heel wat representeert……
Jan Mankes, Woudsterweg bij Oranjewoud, 1912

Mijn ogen zijn van modder

de hemel is bevlekt

en wegen zijn mij bochten

met dreigend waas bedekt

de diepten mij een raadsel

wendingen

in verten en nabij

vage lijnen vragen mij te volgen

de mens

naar een horizon dichtbij

en zo duiken mijn ogen in het canvas

vluchten in de afstand

die ik schuilend stal

ik ben de wolken eender

duister en de druppels

ze vallen al

,

De eerste symfonie van Gustav Mahler was oorspronkelijk gecomponeerd als een muzikaal gedicht. In vijf delen met poëtische namen die iets van de ziel van de muziek raakten en die ik in mijn gedicht Dall’Inferno al Paradiso heb verwerkt. De naam van dát gedicht is overigens de titel die Mahler aan het laatste deel meegaf.
Eén van de delen is uiteindelijk uit het muziekstuk gehaald, de naamgeving van de symfoniedelen is vervangen door muziektermen en het aspect “muzikaal gedicht” werd teruggetrokken – door Mahler zelf. Het eruit gehaalde deel heet “Blumine” .. en past mijns inziens voortreffelijk in het geheel… maar ook… de idee past in mijn eerdere verwoording van de symfonie. Daarom. Dit gedicht. Klik eerst even op de link hieronder en luister dan een kleine tien minuten.. en lees ondertussen mijn bescheiden woorden naast zo’n geniaal gevoelig componist.

Stralend ontloken teneramente

strekt het boeket naar een andere einder

dan de bloem die aan aarde blijft

 

Eender de kleurrijk naakte momenten

eender het zienderogen andante

Het fonkelend braambos niet plukbaar

 

zonder de eeuwigheid te breken

Slechts lief te hebben in worden en zijn

slechts liefde die seizoenen schrijft

 

is bloem genoeg

,

Teneramente = teder / Andante = langzaam gaand

En zie

Bij een werk dat ik op het presenteerblaadje kreeg van @KunstvandeDag (Etude de paysage, 1952 Nicolas de Staël)

Etude de paysage, 1952 Nicolas de Staël

Het was dag geworden,

 

en zie, de mens bouwde zich woorden

zinnen als muren om vragen om ruimte

regels van bakstenen, vrijheid rondom

 

en zie, de mens schiep zich lijnen

steunbalken houvast van grijpen en grens

blokken verbeelding van afstand dichtbij

 

en zie, de mens vindt zich vlakken

waarin hij zich hult en heimelijk wacht

zijn zonder worden, geschilderde ramen

 

en zie, het is nacht

,

 

Vrijdagavond 10 mei: een enerverende avond met een grandioze uitvoering van een grandioze nieuwe compositie van Paul van Bruggen. Daarover schrijf ik later meer. Maar na deze wandeling in tonenvergezichten heb ik genoten van een andere wandeling. Het oorspronkelijk symfonische gedicht van de eerste symfonie van Mahler. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. James Gaffigan in de Doelen.  Bij die wandeling schreef ik in “symfonievorm” mijn vierdelig gedicht. Klik even op de link hieronder, luister en lees…

De ochtendnevel onthult in flarden

de steeds weer nieuwe dag

en glimlachend klinken schitterende klanken

preludes van  gedenken en verwachten.

Dansende muggen ruizen de stilte onverstoord

langs verschrikt gefladder en wuivend gewas

het knisperend vergane groen fluistert

onder jonge voeten in wervelende dans.

 

De wind van verlangen en belofte

wiegt het bladerdek dat het licht omarmt

blaast in de zeilen van jonge haren

de aarde een oceaan aan elkaar en

vergezichten te bevaren.

 

Melodieën verstrengelen onze gedachten

gestrand in vrolijkheid en asgrauwe pijn

zingen herinneringen en hoop hun canon

worstelen oneindigheid met einde

klank en wanklank, wielewaal en waarom

Een requiem van zwijgend fleurig zang

omlijst onze aquarellen tocht.

Volbloeiende witte rozen sieren het toegesloten eiken

dat we traag de aarde schenken.

 

De koekoek breekt de zwarte tonen

rondom onze stappen is de morgen reeds te ruiken

de bloesem van passerende bomen

belooft de vruchten van de tijd.

Eindigheid tot eeuwigheid

en ongeopende knoppen liggen verholen

op het hout en in de struiken

,

Dezelfde grond

Bij een wandeling langs landgoed Mattemburgh (Bij Bergen op Zoom, op de Brabantse Wal) en een foto van mijn schoonzus, Joke de Koeijer  (later volgt nog iets over het boeiende Hildernisse).

Bomen_JokeDeKoeijer

Dezelfde grond, dezelfde lucht

hun wortels omstrengelen

een scheppende hand


Vervlochten takken, vervlochten droom

een woord kregen ze mee

te zijn en te worden


Verstrekkend ver strekkend, vragend verlangen

het licht schijnt omvattend

schenkt groeiend ontvangen


Dezelfde zuurstof, gegeven genomen

worstelend zich ontvouwend

vlechten bladen weer dromen

,

Woorden ontvouwen zich

aan de takken van het worden

de eeuwige de grond

waarin omwoeld de adem wortelt

een merel zijn voedsel zoekt en vindt

Rusteloos berustend

bewegen de zinnen

in het luchtstromen bestaan

klinkt in het geschrevene zwijgend

harmonie en dissonant van het geschenk

het staan in volle aarde

is wat de woorden wenkt

Herinneringen sterven

als het groen het licht niet zoekt

Op de grens van gedachte en geheim

wordt het gedicht geboren

,

Verstrengeld

Bij een foto van Arie-Jan Mulder. Hemel en aarde, belofte en verlangen, vervat in één beeld van het huidige ontluikende groen.

FrisGroen, Arie-JanMulder

De hemel sijpelt

door de kieren van ons kijken

een zinsbegoocheling grijpt,

maakt zich meester

van waarachtigheid, van lezer

-die seizoenen schrijfsels ziet

en steeds nog slechts vermoedt.

Geschreven op bladzijden ruimte

zijn wij

onverbrekelijk verbonden

met moment en metgezel

Licht ontvouwt ons met het jonge groen

verstrengeld in verlangen

naar warmte en verbinding

waar de schrijver de zin

ontmoet

,

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.