Met vaste hand (psalmoïek 101)

Over de drempel van een hondertal… Psalm 101 schept mij het beeld van iemand die de eer van God aan het hart gaat. Iemand die dat licht op alle plekken wil laten schijnen. Hoe lastig ook…

Handen_mozaiek_klein_WKalkman

Met vaste hand

en een lied

De knop ontvouwt zich

aan dag en dauw

leven ontspruit

aan geschoffelde aarde

kleur tekent zich af

tegen het grauw

van wat was

ik

snoei de bomen

hark het vergane

veeg de bladeren

en zaag de takken

die de zon zoeken

en haar verbergen

tegelijk

ik wied het onkruid

bind de stengels

voed en sproei

ontgin de grond

en zaai de aarde

met toekomst en

u

bent de stem

die klinkt uit het ruisen

woorden die telkens

ontluiken en groeien

tot onze

tuin ons gezicht

aarde onder nagels

modder op de knieën

al

in mijn zien

komt u aan het licht,

,

,

 

In hem geheid (de grond waarop ik sta)

Drie jaar geleden schreef ik deze “psalmoïek 54”. Als aanloop tot nieuwe psalmoïeken (het zal weer eens tijd worden!) zet ik dit weer even voorop. Maar nu vergezeld van Zeeuwse kunst van Margôt Bierens, die vorig jaar exposeerde in Waterlandkerkje.

Mocht je wat Opwekkingsliederen kennen, dit gedicht is te zingen op de wijze van nummer 670 “Op Hem rust mijn geloof” 🙂MargotBierens_ ZeeuwseKerken

De grond waarop ik sta

niet altijd Zeeuwse klei

mijn voet zakt soms

in zuigend slik diep weg

De stenen die ik droeg

de vragen die ik vroeg

heilig huisjes breken

diep in mij

.

Wat een genade

een spanning ontlaadde

te weten dat aarde

in hemels hand is

en dat ons geploeter

gezucht en gefoeter

gehoord gezien

bij iemand die ons mist

.

Gegleden op de trouw

gebroken woord dat steekt

een opgeworpen wal

die afstand schept

Komt ooit mijn hart weer los

reserves opgedroogd

bestaat de band nog

die zo licht niet breekt?

.

Wat een ontspanning

gekende vergeving

geloven beleving

vrij van verwijt

Herwonnen blikveld

gevonden ontmoeten

in medeschepsel zijn

in Hem geheid,

,

,

Een uitnodiging (psalmoïek 100)

Psalm 100 loopt als rode draad door het grootste deel van mijn leven.  In huwelijk, geboorten, doop en verschillende versies in muziek en lied.

Door de Psalm (zeker even lezen, via de link hierboven!) klinken allerlei uitnodigingen. Om te zijn en te worden. Geweid om te weiden, gehoed om te hoeden….

Handen_mozaiek_klein_WKalkman

Uitgenodigd

tot een glimlach

toevertrouwd

aan onverstaan

uitgenodigd

om te leven

te zingen te zijn

-gewenst

Uitgenodigd

binnen te komen

gegeven te worden

liefde en dank

uitgenodigd

om het onbekende

te kennen te worden

-gekend,

,

,

,

 

Niets rest mij dan buigen en recht (psalmoïek 99)

Psalm 99 spreekt van de grootheid van God en Zijn “misjpat”. De Psalmen zijn doordrenkt van misjpat, zoals Abraham Joshua Heschel schrijft:

Er bestaat een intermenselijke correlatie tussen aanspraak en verantwoordelijkheid, maar er is ook een intermenselijke correlatie tussen recht en plicht. Het oude Israël maakte geen onderscheid tussen recht en plicht, en misjpat, het woord voor recht, duidt datgene aan waarop iemand aanspraak kan maken en tevens wat hij gehouden is jegens anderen te doen. Met andere woorden: het betekent beide, recht en plicht.

(De Profeten, blz. 278)

Handen_mozaiek_klein_WKalkman

Ik herinner mij jouw zwijgen. Woorden in een wolk

van verlangen tussen regels. Zichtbaar, tastbaar

handen, hart en voeten

aan de wens van samen gaan

 .

Jouw verleden is jouw heden. Ontzagwekkend anders

dan mijn bevatten. Krachtig zwakke woorden

daadwerkelijk  verstrengeld

in de grond van mijn bestaan

 .

Ik herinner mij, wat men zich vóór mij herinnerde,

uit niets het weten. Onomstotelijk aangesproken

open vragend verlangen

gebroken de luister begrijpen

Niets rest mij dan buigen en verbazen. Waarachtigheid

ten  diepste. Bijzonder in het gewone dat mij vraagt

wereld te zijn en vergeven

overgave en ontzag

Jij vergeet niet wie jou roepen. Hoort meer

dan ongelovig bidden in de pijn

Jouw naam is recht en mededogen,

hoe zal de mijne zijn?

,

Met muziek van Sons of Korah er bij….

Wie zingt mij? (psalmoïek 98)

In Psalm 98 roept de psalmdichter op om een “nieuw lied te zingen”… Nieuwe woorden aan herinnering en hoop…

Handen_mozaiek_klein_WKalkman

Hoe zal ik heten

als ik hem ontmoet

-gedachte achter gedachte

-rivier naar wilde baren

Hoe kan hij komen

als hij er al is?

 .

Ben ik deel van het applaus

juicht mijn adem

in het ritme van

muziek bekleed verlangen?

Hoe kan hij komen

dan door mijn zien

verwonderende tellen

die de eeuwigheid omvangen

Ik zing de dag

het onuitspreekbaar raadsel van begin

Wie zingt mij

als ik hem ontmoet

passeren wij enkel

of lopen we samen?

Als andermans wonder

is het gewone bijzonder

-recht achter recht

-hart achter handen,

.

.

 

Verre van licht (psalmoïek 97)

Handen_mozaiek_klein_WKalkman

Enkele kleine verzen uit Psalm 97 “..in wolk en duisternis is hij gehuld…” prikkelt het denken…

Verre van licht

met de kaarsvlam in de hand

is verte niet te zien

-kijken wordt zien

door een ander licht

 .

Verre van donker

met het sterrenschijnsel veraf

is nabijheid niet te zien

-zien is witte zinnen

op een dragend donker

.

Zien is zijn, ongrijpbaar

geen bodem aan de tijd

dan slechts mens-zijn, oog en hart

de weerschijn openbaart de bedding

vraagt ons recht, elkaar in de ogen

vraagt zoeken naar zoeken

spreekt verbinding in perspectief

men kan niets zien zonder

de ander te zijn

zien heeft het licht lief

.

Verre van grijs

is waarheid niet te vatten

enkel een verdwaalde dichter

vindt sprakeloze woorden,

,

,

Aarzelend refrein (psalmoïek 96)

Zo vaak heb in de eerste versen van Psalm 96 gezongen en nog zwerft het door mijn dagen. In de loop van de jaren is m’n zingen wat “dieper” geworden en aarzelender. Opener.
Lees hieronder mijn psalmoïek en luister vooral ook even naar het Hebreeuws gezang van Psalm 96  (met Hebreeuwse en Engelse tekst op het scherm)…..

Handen_mozaiek_klein_WKalkman

Kan mijn zekerheid hem geschenk zijn

terwijl de hoogste mij onpeilbaar?

Schudt het leven aan de fundamenten

waarop ik hem steeds bouwde

regels roosters reling

angst of onvertrouwen?

,

Traag brokkelen rotsen woorden

wordt het gruis een aarzelend refrein

klinken klanken van erkenning

van wat onzienlijk groter is dan mij

.

De klanken worden hem een lied

golvend op herinnering en heden

van majesteit, een pijn geleden

te schenken wat geschonken is

.

Zekerheid verbuigt tot zingen

vragen

naar het kromme en het recht

naar verwachten van het onbekende

naar mijzelf en alle ander en

naar hem die mij het leven zegt,

,